Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regel bevelen, niet willekeurig, maar als de wet er aanleiding toe geeft.

Vrijheid van godsdienst

Vrijheid van godsdienst, door de grondwet gewaarborgd, beteekent, dat ieder zijn godsdienstige overtuiging met volkomen vrijheid kan belijden, dat wil zeggen, er voor uit komen; natuurlijk alweer zonder iets te doen wat niet geoorloofd is, als wanneer de betrokken persoon door den strafrechter kan worden vervolgd.

De kerkgenootschappen

Deze zijn alle gelijk voor de wet, dat wil zeggen, dat zij aanspraak hebben op bescherming door den Staat, wanneer dit noodig mocht zijn.

Om op dit voorrecht aanspraak te kunnen maken, moeten de kerkgenootschappen aan de regeering mededeeling doen van de regelen van hun bestuur en de wijze waarop zij zijn ingericht. Daardoor worden zij zelfstandige lichamen.

Of nog iets anders noodig is dan die eenvoudige mededeeling.

Vóór het in werking treden der wet van 22 April 1855, de wet op het recht van vereeniging en vergadering, was die eenvoudige mededeeling voldoende.

V oor de later opgerichte of nog op te richten kerkgenootschappen is dit echter twijfelachtig.

Volgens de bovengenoemde wet moeten alle vereenigingen of zoogenaamde zedelijke lichamen van regeeringswege worden erkend zooals hierna in bijzonderheden wordt medegedeeld.

En omdat een kerkgenootschap ook een zedelijk lichaam is, is het veilig voor die later opgerichte of nog op te richten kerkgenootschappen, de uitdrukkelijke erkenning der regeering te vragen.

Godsdienstoefeningen.

Alle openbare godsdienstoefeningen worden toegelaten binnen gebouwen en besloten plaatsen; maar op zoodanige wijze, dat, zoo noodig, de overheid voor orde en rust kan waken.

Sluiten