Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bankpapier.

Het papieren geld van den staat voorziet slechts voor een zeer klein deel in de behoefte aan een meer gemakkelijk ruilmiddel dan het geld.

In die behoefte wordt grootendeels voorzien door een zeker handelslichaam, te Amsterdam gevestigd en dat den naam draagt van »de Nederlandsche Bank".

De werkkring van dit handelslichaam bestaat in het verstrekken van beleeningen en disconto's, dat wil zeggen het geven van voorschotten op koopmansgoederen, effecten en handelspapier. Die voorschotten worden dan geheel of gedeeltelijk verstrekt in papieren geld, de zoogenaamde bankbiljetten van ƒ 25, ƒ 40, ƒ61', ƒ 100, enz.

Dit papieren geld, tot de uitgifte waarvan de bank van den staat octrooi verkregen heeft, zoodat geen ander lichaam er toe bevoegd is, is geen wettig betaalmiddel. Niemand is dus verplicht het aan te nemen, maar het wordt algemeen gaarne aangenomen, niet alleen om het gemak, maar ook omdat de zaken der bank bij de wet, waarbij haar het octrooi is verleend, zoodanig zijn geregeld, dat er steeds zekerheid bestaat, dat men desverlangd het papier ten allen tijde bij de bank tegen standaardgeld kan inwisselen.

Voor het octrooi worden door de bank verschillende diensten op geldelijk gebied aan den staat verleend en geniet deze ook een deel der winsten van het lichaam.

HET DEPARTEMENT VAN OORLOG.

Dit is een zonderlinge naam, die den indruk geeft dat wij steeds oorlog voeren. De bedoeling is natuurlijk dat dit departement beheert al wat betrekking heeft op het krijgswezen te land, echter, zooals wij reeds opmerkten, met uitzondering van hetgeen betrekking heeft op de nationale militie en de schutterijen. Dit laatste is onder beheer van binnenlandsche zaken, omdat het hier zaken betreft die feitelijk behooren tot den werkkring der gemeentebesturen.

Vrijwillige dienst en dienstplicht.

Volgens de grondwet is er, ter bescherming der belangen van

Sluiten