Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d. De beperking van nachtarbeid.

e. De regeling van arbeids- en rusttijden.

ƒ. De uitbetaling van het loon in geld en buiten tapperijen.

g. De vrijwaring tegen gebrek van werklieden, die door ziekte of ouderdom tot arbeid ongeschikt zijn geworden.

h. Het vakonderwijs en het leerlingwezen.

Bij dit alles verwerpen wij het streven naar valsche gelijkheid, en wenschen wij den organischen band tusschen werkgever en werknemer te behouden.

Wij verzetten ons tegen pensionneering van werklieden uitsluitend op kosten van den Staat. Wij erkennen het goed recht van het gemeenschapsgevoel, doch begeeren dat de enkele persoon niet geheel aan de gemeenschap worde opgeofferd.

Art. 7.

Armenzorg blijve in de eerste plaats eene zaak van Kerkgenootschappen, particuliere vereenigingen en bijzondere personen. Overheidsarmenzorg achten wij alleen geoorloofd, wanneer en voor zooverre andere krachten te kort schieten. Wèl verlangen wij, dat de overheid door wettelijke voorschriften, en desnoods ook door subsidies, het streven dier bijzondere krachten bevordere en haar onderling verband in de practijk verzekere. Wij wenschen herziening der bestaande armenwet in dien geest.

Art. 8.

Wij wenschen, dat de inrichting van het lager onderwijs, oiu de toenemende ontkerstening van ons volk tegen te gaan, geheel in overeenstemming worde gebracht met den grondtoon van het Nederlandsche volkskarakter en dat, om dat doel te verwezenlijken, wijziging der bestaande onderwijswetten worde voorbereid.

De wetsbepalingen betreffende het middelbaar onderwijs en het gymnasiaal onderwijs eischen dringend herziening.

Art. 9.

Wij verlangen:

a. Op het gebied van den landbouw en van de veeteelt: dat de overheid zooveel doenlijk zorge voor de instandhouding

Sluiten