Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geldsnoeien.

Het snoeien van het geld bestond in het afnemen daarvan van zeer kleine stukjes, door welke praktijk men zich op den langen duur groote voordeelen wist te verschaffen.

Eigen munt.

In de beschaafde staten is men er ten slotte toe gekomen om voor het eigen ruilmiddel, dat wil zeggen voor de munt van het eigen land te zorgen. V oor zoover noodig, zorgt de regeering dat het ruilmiddel er is, en voorzoover ook particulieren geld kunnen laten maken, zijn zij aan de muntwetten onderworpen en op die wijze is aan alle geknoei zoo goed als een einde gemaakt.

Wat het bestuur der munt betreft, de bestaande soorten van munt en het papierengeld, kunnen wij hier verder verwijzen naar onze schets der daaromtrent bestaande wetsbepalingen op pag. 81 e. v. onze schetsen van staatsinrichting.

Muntéénheid.

Munteenheid wordt niet gevonden. Elke regeering zorgt voor de munt van het eigen land. Algemeene muntéénheid zou groote moeilijkheden opleveren, door de uiteenloopende maatschappelijke toestanden, waardoor hetzelfde muntstuk op verschillende plaatsen een geheel verschillende waarde zou kunnen hebben.

Muntstelsels. De Latijnsche Unie.

In het aangrenzende Duitsche rijk is men reeds sedert zeer lang overgegaan tot het maken van goudgeld. Toch heeft men er den zoogenaamden hinkenden muntstandaard, want het zilver geld is gedeeltelijk in omloop gebleven.

Ook Frankrijk heeft den dubbelden standaard. De verhouding van het goud tot het zilver is in sommige landen dezelfde, waartoe zij een verbond hebben gesloten, de Latijnsche Unie genaamd. Deze landen: Frankrijk, Italië, België, Zwitserland, hebben dus den dubbelen standaard. De vrije aanmunting van zilver is er verboden.

23

Sluiten