Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit is altijd het geval wanneer iemand naar evenredigheid van anderen te hoog of te laag is aangeslagen.

Proportioneele heffing

De proportioneele of evenredige heffing werd vroeger als het billijkste van alle belastingstelsels beschouwd.

Wanneer A. b. v. met een inkomen van ƒ 1000,— 3 °/0 betaalt of f 30,—, dan moet B met een inkomen van ƒ 2000,— het dubbele of ƒ 69,—, zijnde ook 3 °/0 betalen. Hij betaalt meer, doch juist naar evenredigheid van zijn vermogen.

Later is men gaan inzien, dat de bewering, dat A en B nu evenveel betalen, onjuist is, dat er integendeel ongelijkmatige belastingheffing is en A zwaarder wordt belast dan B.

Waarom ?

Omdat de draagkracht van B grooter is dan die van A.

Omdat het inkomen van B grooter is dan dat van A, kan hij niet alleen in evenredigheid, maar ook betrekkelijk meer, b. v. 3 1/„ °0 betalen.

Men noemt dit het

progeasievo stelsel,

of het stelsel van opklimming. Het tarief klimt naarmate het inkomen hooger wordt.

Bezwaren tegen het progressieve stelsel in te brengen.

Tegen het progressieve stelsel wordt in den regel aangevoerd, dat het berust op een verkeerde opvatting van de draagkracht van het grooter inkomen, dat een natuurlijke vermeerdering van behoeften tengevolge heeft. De behoeften van den mensch bestaan niet in wat hij bepaald noodig heeft om in het leven te blijven, maar in wat hij noodig heeft om zijn maatschappelijken arbeid naar eisch te verrichten en de stelling te handhaven, die hij in de maatschappij inneemt door opvoeding, stand, betrekking, enz.

Die een grooter inkomen heeft, heeft ook betrekkelijk meer uitgaven en volstrekt niet alleen in evenredigheid van dat grootere inkomen tot het mindere.

Sluiten