Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

honden of daarop invloed knnnen oefenen, in hoofdzaak behooren gericht te zijn op de verbetering van het levenslot van den zoogenaamden minderen man. Anders zou de sociale economie voor een groot gedeelte slechts in theoriën bestaan, waarvan de waarde voor het practische leven gering zon zijn.

Het vraagstuk der armoede is nauw verwant aan de grenzen

van den Staat.

Men kan dit vraagstuk eigenlijk niet anders beschouwen dan in verband met de grenzen van een bepaald land; omdat in elk geval de levensstandaard verschilt met dien in de omringende landen.

Men noemt

levensstandaard,

de wijze waarop een normaal mensch in gewone omstandigheden zich in eene bepaalde omgeving noodzakelijk moet voeden en kleeden om zijn maatschappelijken werkkring te kunnen vervullen.

De zeden en gewoonten van een volk en vooral ook het klimaat spelen bij de bepaling hiervan een voorname rol.

Zoo is b. v. in Engeland de levensstandaard zeer hoog, terwijl die bij vele Oostersche volken daarentegen zeer laag is, omdat men zich weinig behoeft te kleeden, desnoods in de open lucht kan leven enz

Het behoeft echter wel geen betoog, dat de menschen ook zich zelf een levensstandaard scheppen, dat wil zeggen, dat de een veol meer behoeften schept dan er in werkelijkheid bestaan.

Bij de bespreking van het vraagstuk der armoede zal men dit in aanmerking moeten nemen en alleen waarde toekennen aan zulke omstandigheden, die van den nienschelijken wil onafhankelijk zijn.

De toestand van hen die door eigen schuld armoede lijden zal hier verder buiten beschouwing blijven. Het is niet te ontkennen dat de Staat tegenover deze lieden ook wel een roeping heeft en eene doelmatige wetgeving de ergerlijkste volkszonden wel eenigszins kan tegengaan. Het zedelijk gehalte van het volk tot zulk een hoog peil op te voeren, dat alle misbruiken verdwijnen, kan de wetgeving echter niet.

Sluiten