Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eisch van dit en dat beginsel!" maar, bij ontstentenis van alle beginsel, uit allerlei willekeurige oorzaak.

T)e eene maal is het: „Zoo doet hij, en dat beviel me wel, daarom doe ik ook zoo." „Een ander maal: „Dit maakte vanmorgen een echt stichtelijken indruk, derhalve zal ik ook in het vervolg zoo doen." Weer een anderen keer heeft men een handboek opgeslagen, en het daar zoo aanbevolen gevonden. „De menschen hebben het zóó gaarne!" zegt een ander weer op zijn beurt. „Dominee, het is hier altijd zoo geweest!" duwt men van ouderlingswege den prediker toe. Daargelaten nu nog die tal- en tallooze gevallen, waarin men zich leiden laat door de nog veel lagere beweegredenen: „dat het zóó ons meest in den smaak valt," „dat het ons zóó inviel," of „dat het zóó de minste moeite kost!" Ja zelfs zijn de gevallen lang niet zeldzaam, waarin men het zelfs tot dit allerlaagste in het geven van rekenschap niet bracht, en waarin men kort en goed „zonder na te denken," zonder te vragen „waarom dit wel en waarom dat niet?" zich onbewust geheel op den tast af had laten leiden, om, het eenmaal zoo gedaan hebbende, nu zijn leven lang in die eens aangenomen sleur voort te gaan.

Zal men hiervan aan de leeken en voorgangers een verwijt maken ?

Indien wel, dan zij het althans een zeer zacht verwijt. Immers naar de ordinantiën Gods is het volstrekt niet een ieders roeping, verstand te hebben van de wortels waarop de boomen groeien. Voor verreweg de overgroote meerderheid is het al wel, indien ze weten, hoe ze een opgegroeiden boom snoeien, bemesten en besproeien moeten om te zijner tijd de rijpe vrucht te plukken van zijn takken.

Zich in te beelden dat het wél een iegelijks roeping is, om tot den wortel der dingen door te dringen, is het grondbeginsel der revolutie, der ongoddelijke, in haar hoovaardij zich opblazende wereld, maar hoort niet thuis en mag niet geduld op het erf van Jezus' gemeente.

Het zich zoo voor te stellen, dat ieder persoon bestemd was, om tot volle bewustheid van zijn doen en laten te komen, het voor en tegen van alle dingen te wikken en te wegen, en nu als resultaat van eigen onderzoek, dit als waarheid te kiezen en dat als leugen van zich af te stooten, is een illusie die Satan ons in de ziel indroeg. Vloek van dit streven is, dat men in steê van meer veel minder dan vroeger gaat begrijpen; dat onrust en gejaagdheid de vroegere harmonie vervangt; en alles chaotisch om ons heen komt te liggen. Dat streven gaat tegen den aard van ons wezen in, kant zich aan tegen Gods bestemmingen over ons menschelijk bestaan, en straft daarom zich zelf met erger dan onvruchtbaarheid, dat is te zeggen met een ontstemdheid der ziel, die in den grond een krankzinnigheid, een razernij is.

Sluiten