Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaat en daarnaast loopt nog een andere werking van den Heiligen Geest in de kerk aller eeuwen.

De Heilige Geest is namelijk van de eerste wording der Christelijke kerk af een grootsch en machtig werk begonnen, dat wij het liefst bestempelen als het kunstig borduren op het stramien van het kerkelijk bewustzijn van het keurig beeld der waarheid. Dit prachtig werk heeft de Heilige Geest opgezet in de dagen der apostolische vaders. Hij heeft er de fijne draden voor gespannen door de handen der Kerkvaders, en sinds is Hij voortgegaan, om van eeuw tot eeuw telkens weer een trek van het beeld met frissche kleuren in dit keurig stramien te borduren.

Dit werk heet de voortgaande verlichting van den Heiligen Geest, een werk waarvan elke voorgaande eeuw slechts een stukske zag, maar dat bestemd is, om aansluitend aan het werk der daarna komende eeuwen, allengs een geheel te vormen, dat aan de kerk die daarna opkomt als kostbaar erfstuk zal worden achtergelaten.

De bloemen op dat stramien zijn geen doode bloemen, maar ze leven en ze geuren u heerlijk tegen; want uit die bloemen riekt u toe de gezonde, krachtige, opwekkende levensgeest der waarheid, gemengd met den wierook en de gebeden der heiligen, ja, met de reuke des bloeds, dat door Gods lieve martelaren werd vergoten.

De Heilige Geest werkt dus opvoedend, verlichtend, verrijkend. Hij weet dat elke volgende eeuw weer zwaarder strijd zal hebben door te staan en schenkt haar daarom heerlijker schat en weelderiger genadegaven. De kerk van nu leeft van het profijt der kerk van vroeger eeuwen. Al haar kennis, al haar geestelijke ervaring, al het profijt van haar worstelingen en gebeden staat ons ten dienste. We wandelen niet meer in de duisternis, en tasten niet meer naar den wand, maar verblijden ons in het gezuiverd licht dat de Heilige Geest in vroeger eeuwen ontstak, en bij dat licht allereerst moet elk dienaar des Woords het Woord des Heeren bezien, wil hij waardig geacht worden gezant des Heeren en herder van Jezus' kudde te zijn.

De Heilige Geest verlicht met een licht, waar eeuw na eeuw telkens meer duistere stippen uit weggaan en gedurig klaarder fonkeling in opvlamt. Dus een voortgaande ontwikkeling. Maar nu niet zoo, alsof de Heilige Geest het vroeger geschonken licht later dan weer eens uitbluschte als verkeerd licht, om er dusgenaamd beter licht voor in plaats te geven. Dat is het geliefkoosd, maar zoo onheilig beweren van nieuwigheidsdrijvers, die meenen dat God in de Hervormingseeuw, om een beeld te gebruiken, wel kaarslicht aan zijn kerk schonk, maar nu dat kaarslicht weer onder den domper brengt om er het schitterend electrisch licht, dat ze zich inbeelden dat van hun eigen geest uitstraalt, voor in plaats te stellen.

Maar alzoo is het in den heiligen tempel der waarheid niet.

Daar brand altoos één zelfde licht. Een eeuwig licht. Een licht dat

Sluiten