Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tegengif tegen die zonde van den twijfel nu ligt in bestendigheid, in eenparigheid en in helderheid van belijden.

De kerk van Christus heeft zorg te dragen, dat men niet langer zeeziek worde van die eindeloos wisselende „veelkleurige rokken", die thans als dienaren des Woords op den kansel, in de catechisatie en in geschrift tot de gemeente komen; van atheïsten tot antinomianen toe! Het kan niet langer zooals het nu toegaat. In dorp bij dorp wisselt de „dominee' om de twee jaar. Neem nu een kind van acht jaar. Het komt op de leer bij dominee A, die het inprent, om naar dominee A's inzicht dit en dat zeggen van Jezus zóó en zóó te verstaan. Een jaar is het daarover doende. Het begint even bij hem te kleven. Maar zie, daar krijgt dominee A een beroep; hij gaat; en dominee B komt. Ongelukkigerwijs echter denkt dominee B er vlak anders over, voert andere catechisatieboekjes in, spreekt vlak tegen wat dominee A er in bracht, en het kind gaat vanzelf om. Zoo wordt het elf jaar. Ook dominee B krijgt een beroep; hij gaat ook; er komt een lange vacature; de consulent catechiseert; nu wordt het weer alles anders; zoo duurt het een jaar; daar komt weer een nieuwe dominee; hij heet dominee C; en deze nu valt weer meer in den trant van dominee A; maar bij het kind van twaalf jaar is de indruk van het kind van zeven jaar natuurlijk al lang weg; weer begint het lieve leven dus van voren af aan; nu te erger, nu het jongske ook ter kerke gaat; en er iets meer van gaat begrijpen. En zoo gaat dat schandelijk spelen met overtuigingen en met kinder- en mensehenzielen voort en voort, totdat de jongeling zoowat achttien a twintig jaar is, en .... dan .... wordt hij „aangenomen"; natuurlijk zonder iets anders dan als warhoofd een geheel in de war gebracht hart te laten spreken; en blijft hij nu in het dorp wonen, dan komt er tot aan zijn dood geen eind aan dat warrelen. Altijd nieuwe dominees, altijd een andere waarheid, aldoor anders de dingen voorstellen, tot er op het laatst niets vasts of bestendigs overbleef dan de bestendige walging wekkende wisseling.

Dit nu noemen we een grootelijks zondigen, een gruwelijk met de zielen spelen. Dat beet dan „om de dominees vrij te laten", maar wij zeggen, dat het stelselmatig alle vastheid des geloofs uitroeit en het leven der gemeenten moordt.

Aan dien misstand dient dus allereerst een einde te komen. Als ik woon in welk dorp ook, moet de kerk mij waarborg bieden, dat mijn kinderen „in de leer" en ik zelf „in de kerk" aldoor één belijdenis, aldoor dezelfde waarheid, onveranderlijk het echte Evangelie hooren zal.

Maar juist om dit te verkrijgen, dient er eenparigheid te zijn. Dominees zijn verroepbaar en gemeenteleden verhuizen. Wat thans gebeurt, dat ik in dorp Q. jaren lang deze of die belijdenis hoorde, en nu ik naar dorp P. verhuisde, in een kerk (die nota bene met de

Sluiten