Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huishouding, de eene voor de geestelijke en de andere voor de zichtbare dingen. Een kerk dus, en in die kerk zoowel een Ministerie voor de bediening des Woords, als een Magistraat voor de zaken der overheid.

Wie dit niet goed inziet en scherp in het oog houdt kan nooit de vorige toestanden onzer republiek begrijpen. Van een overheid naast de kerk in het land of in den staat, wisten onze vaderen niets.

Zij namen hun uitgangspunt in den Christus. En gelijk aan Christus gegeven is alle macht in hemel en op aarde, zoo oordeelden ze dat ook een Christenland in zijn geheel een gemeente Christi was, en dat men ten behoeve van deze gemeente door twee wel te onderscheidene huishoudingen, de ééne geestelijk, de andere politiek, moest voorzien.

„Christelijke overheid" beduidde dus bij hen volstrekt niet, wat men er tegenwoordig van maakt: een of meerdere personen, die in hun privé en dan nog meest in naam leden van eenige kerk zijn; noch ook, dat er in de wetten van die overheid hier of daar nog enkele sporen over zijn, dat er aan God wordt geloofd. Dit alles beteekent niets. Neen, „Christelijke overheid" wilde zeggen: een overheid die in de kerk geplaatst was over de zichtbare en uitwendige huishouding der gemeente; en alleen aan zulk een overheid kenden ze dan ook de bevoegdheid toe en droegen ze de verplichting op, om ook in het beleid der geestelijke huishouding van „de Gemeinte Christi" de geestelijke bediening te schragen.

Hun worsteling tegen Spanje heeft daarop het zegel gedrukt: evenals hun vernieuwde worsteling onder „Maurits zaliger", zooals ze plachten te zeggen, en niet minder de geheele historie van de Oranjemannen tot op Napoleons dwangbestuur. En zelfs toen nog bezat de gereformeerde groep in enkele harer overgebleven zuilen zulk een pit in het merg, dat een kloek en vurig predikant uit die dagen, ter verantwoording geroepen omdat hij weigerde voor Napoleon te bidden, te Overschie den maire tot bescheid gaf: „Al snijdt ge me den strot af, heer magistraat, dan zal u nog het Oranjebloed in het

aangezicht spatten!"

Hetzelfde is in Zwitserland gezien in de dagen vttn Calvijn en Zwingli beiden. Politiek en kerkelijk belang was bij beide deze reformatoren zelfs geheel theocratisch dooreengevlochten.

Even hetzelfde zag men in Frankrijk, waar de gereformeerden steeds aanhielden op rechtstreekschen invloed in 's lands zaken; ten leste zelfs een soort staat in den staat oprechtten; en hun kerkeraden omzett'en in werfbureaux voor hun troepen die ze staan hadden in het veld.

Ja, ook op Schotland en de Covenanters, ook op Amerika en de pelgrimvaderen zouden we kunnen wijzen, om, des noodig, met overmacht van historisch bewijs, eens voorgoed de valsche stelling te ont-

Sluiten