Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De II. is: Dat men om verseheyden manieren van eenige leerpoincten te verlaten, ofte om verschevdene uvtleggingen der H. Schrift die met de Analogie des gheloofs niet en strijden, geen twist en moet maken, erkennende geerne de gaven, die God de Heere andere int bequamelyck te leeren, ende de H. Schrift te verclaren mcdeghedeelt beeft.

Dit gehoort tot de vrijheyt van Propheteren, dewelcke niet en moet wyder getrocken werden als het behoort, om onder de selve oock valsehe leeringen te willen laten door slippen, want in onse vryheyt zyn ende blijven wy dienstknechten Gods: Daeromme wy als vrije, onse vrijheyt niet en moeten hebben tot een dexel der boosheyt (soo d'Apostel Petrus leert), maer ons houden als dienstknechten Gods.

De III. is: Dat men den swacken leerlinghen die oft nieuwelincx hare grove dwalinghen verlaten hebben, ofte door haer slechticheyt ende onnoselhevt van valsehe leeraers vervoert zijn, niet en sal verwerpen, ofte voor het hooft stooten, maer in hare swackheyt na gelegentheyt draghen ende met vriendelijckheyt ondergaen, op hope dalmense Christo winnen, ende tot de kennisse van de verborgentheden onser salicheyt allenskens naerder sal mogen inleyden.

Ende hier toe gehoort het gene dat erghens uyt de H. Schriftuere aengnende het dragen der swacken, ende malcanderen inder liefde op te nemen, bygebrocht soude moghen worden.

Dus verre sullen wy wel met de Moderateurs accorderen.

Maer inde vierde Propositie leyt de knoop, welcke is, datmen alle den raet des Heeren, suyverlijck, eenvoudelyk ende duvdelijck leerende alle valsehe leeringen ende uytleggingen der H. Schrift, die met de Analogie des geloofs strijden, ernstlijck met Gods woort moet wederleggen: Ende den genen diese verdedigen, drijven ende andere soecken in te scherpen, in Godts Gemeynte niet en behoort te lijden."

Bijaldien men in bovenstaand stuk voor „moderateurs" leest „de irenischen", zal ieder den zin er van verstaan.

X.

VERVOLG.

Wacht u van de valsehe profeten, die in schaapskleederen tot u komen, maar van binnen zijn zij grijpende wolven.

Matth. 7 : 15.

Trigland, want zijn gevoelen was het, dat we over de verkeerde neiging der Irenischen meêdeelden, gaat er nu toe over, om met

Sluiten