Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezonde kerkstaat niet dun hoogst enkel, en een zuivere kerkstaat nooit voorkwam; en die ook daarna uit de geschiedenis der Christelijke kerk vernomen hebben, dat allen die godzaliglijk willen leven vervolgd zullen worden, en dat de kerk ook des Nieuwen Yerbonds aldoor het smartelijk proces doorloopt, van nu eens even het hoofd te kunnen opsteken, maar om dan weêr voor lange jaren te worden ondergedompeld in geestelijken smaad.

Dit aanschouwende, maken ze hieruit op, dat dit de duurzame toestand is; dat het lot van de kerk op aarde niet anders zijn kan; en dat er schijn noch schaduw bestaat van eenige profetie of belofte, dat er nu ais bij uitzondering voor hen en in hun dagen, of ook voor hun kinderen, een beter en gewenschter kerkstaat zou zijn weggelegd.

Met name bannen ze dus uit hun hart de opwelling alsot ze eigenlijk op zulk een beteren kerkstaat recht zouden hebben; alsof die hun als belijders voor hun eigen ziel en voor de ziel hunner kinderen toekwam. En wel verre van uit dat valsche rechtsbesef een eisch naar de lippen te laten dringen, komt over die lippen veeleer een danktoon der verwonderende aanbidding, dat de Heere hun, niettegenstaande hun diepgaande schuld, nog zoo veel liet en nog zoo telkens een nagel aan de heilige plaats schonk.

In het gemeen zijn deze nuchterder strijders diep doordrongen van het besef, dat de zonde een levensverwoester is, die alles en dus ook de kerk moet bederven. Dat wij, die leden der kerke zijn, voor zooveel aan on8 hangt, wel verre van den boozen zuurdeesem der wereld tegen te houden, veeleer slechts in geestelijken vorm de zonden houben omgezet, om ze nu in de kerk nog verderfelijker te laten voortkankeren, en dat als Koning Jezus niet leefde en het God niet om zijn Zoon ging, God Almachtig in zijn toorn niet eerst die wereld, neen maar eerst die schriklijk zondigende kerk zou hebben weggestormd in zijn toorn en verdaan in zijn verbolgenheid.

Men kan dus moeilijk ontkennen dat er tusschen deze beide soorten van lieden een werkelijk verschil in de grondbeschouwing van het leven bestaat; voortvloeiend uit verschil van inzicht in de werking die de zonde op de kerk uitoefent en zal blijven uitoefenen, zoolang er nog een deel van Jezus' lichaam op aarde bestaat.

Toch vatte men dit nu weêr niet zoo op, alsof in die zalige droomers niet ook wel iets van den nuchteren strijder zou schuilen; of ook, alsof in die nuchtere strijders niets van die zalige droomers zou te bespeuren zijn. Och, wij menschen zijn zoo scherp niet gescheiden. We lijken veel meer dan we denken op elkaar. Wijs eens een gereformeerde aan, waar geen Koomsche in schuilt ? 1 oon mij, zoo ge kunt, een geloovige, die den ongeloovige niet in zijn eigen hart kan vinden. Of wilt ge het nog concreter, ga er dan vast op, dat er ook thans geen enkele gereformeerde is, in wien ge geen irenische elemen-

Sluiten