Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar geheel afgescheiden van dat ophett'en van de kerk uit haar kwaad of haar nog dieper verzinken in ontheiliging, zou voor u al de dagen uws levens de dure verplichting blijven gelden, om aan de bresse van Jeruzalems muur te beteren met al de teruggekeerde kinderen Israëls.

Gehoorzaamheid is dan uw drijfveer geworden; en niet meer uw eigen inzicht dat het alzoo lukken, of alzoo uit zal komen.

Niets dan zalige, heerlijke gehoorzaamheid drijft en bezielt u dan. Uw God zegt u in zijn Woord, dat gij moet, en zie, nu volgt ge, en doet het, en uw God maakt u tot dat doen bekwaam. De Heere zegt u, dat ge niet met onderwerping moogt wijken, en ge wijkt niet. Hij, de Heilige Israëls, verbiedt u, in het gestoelte der spotters en in den raad der goddeloozen zitting te nemen, en zie, gij blijft terug. De Heere gelast u, de ontheiliging van zijn huis te stuiten, en zie, gij weert de ontheiliging af. Zoo is er rusteloos, maar kalm, gestadig, maar doortastend ijveren voor Christus uw Koning en de kerk die Hij op aarde heeft; maar al uw ijveren is „ziende in het gebod en blind in de toekomst!'"

Zoo strekt dus het afmanen van het zich wiegelen in droomen van een zuiveren kerkstaat volstrekt niet tot lijdelijk berusten in het kwaad; maar juist omgekeerd om tot rusteloozin strijd en ijver tegen het kwaad te prikkelen, door het vervangen van het valsche door het ware motief.

Uw drijfveer was dusver, om u en uw gezin aan een betere kerk te helpen, en daarom had ge haast, en moest er opeens een resultaat komen, en liept ge her- en derwaarts, en waren uwe schreden onvast, en vermeiddet ge u in allerlei plannen en berekeningen en op touw gezette weefsels; maar ge kwaamt er niet en de Heere blies er in en het eind was nog dieper doodigheid in nog giftiger moeras.

Maar treedt ge op gereformeerden bodem over en durft ge den ban op deze uwe zonde leggen, dan wordt dit alles o, zoo heel anders; dan is er niets, niets meer in u van dat eigenwillig jagen; van dat eerzetten en verbouwen; van dat drijven en haast maken; en dus ook niets meer van die ontzenuwende teleurstelling en kwalijk verborgen ontevredenheid.

In het heerlijk mysterie der gehoorzaamheid, der eenvoudige, blinde, kalme gehoorzaamheid is dan al deze ellende voor u afgewasschen, en ge zijt door de grondelooze barmhartigheden uws Gods overgebracht in den stillen, zaligmakenden dienst van zijn Woord.

Zoo ijvert ge dan niet minder dan vroeger, maar meer. Niet ongestadiger, maar gansch rusteloos en zonder onderlaten. Niet zwakker en lauwer, maar veel gestrenger en beslister. En ge wint er bij dat

Sluiten