Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kat liet vangen; hoeveel te zwaarder oordeel van ontrouw zal en moet dan niet gaan over die vele herderen, die de kudde verscheuren zien en het desniettemin nog vroom noemen, om het kwaad in 's Heeren huis te laten doorzieken.

Van harte ondersteunen ook wij dus de meening, dat de strijd voor de kerken des Heeren allereerst aan de personen in het ambt is opgelegd en dat zij met name nooit een ure mogen wijken met onderwerping.

Zij zijn de eerst geroepenen, de best geoefenden, de scherpst ge wapenden. Alleen waar zij voorgaan, kan de strijd met orde gestreden.

Met geestdrift gaat dan 's Heeren volk hen na.

Edoch, zie wel toe, dat ook hier geen schijn misleide.

Er zijn er namelijk, die, dit alles vlakuit toegevend, er evenwel deze nadere bepaling bij maken: „Maar voor mij zal de strijd zich bepalen tot een strijden door prediking van het Woord!"

Bit nu zou ganschelijk van de baan helpen en op niets dan zelfmisleiding en oogenverblinding uitloopen.

Immers een persoon in het ambt is geroepen tot gehoorzaamheid in elk deel van zijn ambt.

Zie, gehoorzaamheid in het êêne deel ontslaat u volstrekt niet van uw gehoudenheid tot even besliste gehoorzaamheid in het andere deel.

Hieruit volgt dat een diaken in zijn ambt heeft te strijden op zijn wijs en naar de aard van zijn ambt is. Maar ook dat een ouderling heeft te strijden naar de ordinantie van zijn roeping.

Letten we daarbij nu allereerst op de leerende ouderlingen, ook leeraars genaamd, dan vernemen we uit het Formulier, dat naar luid onzer kerken, tot het ambt der leeraren o. a. behoort:

lo. „Te wederleggen met de Heilige Schrift alle dwalingen en ketterijen, die tegen de Heilige Schrift strijden

en 2o. „So is het werek der dienaren des Woorts de Gemeinte Gods in goede discipline te houden ende te regeeren in sulcke manieren als de Heere verordineert heeft."

Hieruit ziet men, dat de predikanten die zeggen er van af te zijn, indien ze maar gereformeerd prediken, en voorts nalaten, het in de kerkregeering ingeslopen kwaad te bestrijden, verzaken hetgeen tot hun ambt behoort; de belofte niet nakomen, die ze plechtig hebben afgelegd ; en alzoo in een gereformeerde kerk niet kunnen bestaan.

Een predikant heeft, naar luid van ons Formulier, verlerlei dienst en wel lo. van de prediking, 3o. van de gebeden, 3o. van de sacramenten en 4o. van de kerkregeering.

Al deze vier; niet drie; niet twee; niet écn; maar vier.

In elk dezer vier heeft hij én de kerke in welstand te houden én gevaar van haar af te weren, door tegen te staan wie haar ondermijnt.

Sluiten