Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij moet dus tegen den Booze strijden in de prediking, door bestrijding van ketterij en goddeloosheid; in de gebeden door inroeping van Gods alvermogende genade; in de sacramenten door sterking der geloovigen; en in de leerkregeering door tekeergaan en desnoods uitbanning van wie ingaan tegen Gods Woord.

Dan eerst mag men een predikant dus getrouw noemen, indien hij m elk dezer vier zich voor Gods kerke tegen den Booze zet.

Piediking, gebed, sacrament en kerkregeering, eerst deze vier maken m haar saam vatting den dienst des predikants.

hn denk u nu eens voor een oogenblik een toestand, dat de dienaren des X\ oords in onze kerken in deze vier, zonder onderlaten en met prudentie, streden tegen de indringing van wereld, leugen en duivel in de kerk van C hristus: wat dunkt u, zou er geen betering zijn en niet als een ée'nig man het volk zich opmaken hun natuurlijke hoofden achterna?

Maar zie, dit is nu niet zoo.

Zelfs kan men veilig zeggen, dat zulke leeraars nog tot de uitzonderingen behooren, en van verreweg de meesten der vijftienhonderd moet met smait beleden, dat ze of zeiven wolven in stede van herders zijn, de kudde verslindende die zij weiden moesten; of geheel lijdelijk, in schuldige ongehoorzaamheid zich van eiken strijd onthouden; of ook wel strijden tegen de zonde, maar niet tegen de dwaling en leugen noch de ketterij wederleggende; of ook dat ze, wel strijdende in dé prediking, nochtans mak als lammeren zijn in het kerkregiment en alle discipline over leer en leven laten varen.

Zonder dus in het minst de personen te willen oordeelen of ook de bijna onoverkomelijke moeilijkheden gering te achten, die aan dezen strijd in s Heeren huis verbonden zijn, of ook maar van verre de \ele uitnemende pogingen te willen miskennen, die uit gehoorzaamheid ondernomen zijn (andere zijn niet in waarde), moet dan toch geconstateerd: dat het volk des Heeren in onze dagen niet naar behooren door zijn voorgangers in den strijd geleid wordt.

Ln dit brengt vanzelf tot* de ondergeschikte, maar toch zeer zeker ook elangrijke vraag: Is, bij optreden of stilzitten der ambtelijke personen, ook een persoon buiten het ambt tot gelijke gehoorzaamheid als zij gehouden?

\ i'len oordeelen van neen, door, op zonderlinge wijs, eerst zelf in ; ,et, ,'!!,! lijdelijk aan te stellen, om daarna voor het aldus

lijddijk bediende ambt nu nog het monopolie van actie op te eischen. Hiertegen nu kan niet luide genoeg geprotesteerd.

Dat is op en top, door en door üoomsch, en in flagranten strijd met den levensaard der gereformeerde kerken.

Sluiten