Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1.

GEEN LIJDELIJKHEID.

Laat ons met lijdzaamheid loopen de loopbaan die ons is voorgesteld.

Hebr. 12 : 1.

De lijdzaamheid is een zeer begeerlijk goed: een schat der ziel voor haar bezitter: gave Gods aan de gebrokenen van hart.

Alledaagsch gemeengoed is ze niet; eer uiterst zeldzaam treft ge ze aan ; hoe vaak ze ook met haar valsche nabootsingen van „lijdelijkheid" en „berusting" ongeestelijk wordt verward.

. schittert niet door opgevangen gloed des daags, maar door innerlijk en glans in den nacht van het lijden. Van lijden, óók naar het lichaam; maar dieper toch in het hart doorworsteld; het diepst, van al geleden in dien wortel van ons menschelijk wezen: het gemoed.

Niet een roos is ze gelijk, die haar twijgen om het kruis des levens slingert, maar een dier edele specerijen, wier kleuren flets en dof, maar wier geuren te doordringender zijn.

. zingt als de nachtegaal haar goddelijk lied zonder vederenpronk in het verborgene van het woud.

Of, wilt ge, ze is een kostelijk keurgesteente, dat, voor den vinder gansch onooglijk, eerst bij het slijpen op de scherpe punten aan het uitstralen van zijn glansen toekomt.

Lijdzaamheid is een dier heilige sieradiën, waarmede Jezus zelf de ziel komt versieren, naardien hij ze bekleed heeft met het kleed zijner gerechtigheid.

Een heerlijke deugd alzoo, maar die, noch burgerlijk noch maatschappelijk van aard, met het deugdenleven, dat ook in onbegenadigden blinken kan, nauwlijks den naam gemeen hoeft. Want zie, het onwedergeboren hart biedt haar geen aarde, waarin ze wortelen kan; de dampkring van onze ongeheiligde maatschappij doet ze eer kwijnen dan opbloeien; en van bóven den glans der zon moet de lichtstraal, uit het Goddelijk Wezen zelf, komen, zal ze haar bloesemknop ontluiken doen.

Vrucht des Geestes, niet der geesten, is ze.

De zaadkorrel waar ze ontkiemt, is niet door ons, zondaren, gewonnen; alleen om het Kruis van Jezus kan ze haar stengelen slin-

Sluiten