Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den hooghartige boven de diepe gevoeligheid van den teederen Nazarener hebben verkoren? Die, zelf aan de echte lijdzaamheid gespeend, weêr de hoovaardige woeling van het morrend hart, in nog hoovaardiger zelfbedwang hebben omgezet, ons inbeeldend dat we daarmee God vreesden; om straks, ook de taal der Schrift tegen de taal der wereld uitruilend, voor een Christelijk sterfbed uit te geven, wat niet anders toonde dan wat ook de afvalligen in hun doodsstrijd te aanschouwen geven, en daarmee den weg te banen voor dat ongeloovige roepen: „Zóó sterven kunnen, zonder den Christus, ook wij !"

Zóó sterven, o, gewisselijk, en zóó leven even licht; met alles, o, zoo kalm, zoo gelaten, zoo duldend en onderworpen om u heen, dat ge eer meenen zoudt naar Ezechiëls doodenvallei te zijn terugo-èleid, dan u te bewegen in een maatschappij waarover Christus den"adem des levens had doen uitgaan; die gedoopt werd met den doop der vrijmaking; en in een overgang jubelen durft in het leven uit den dood.

Als een schimmenwereld wordt zoo van lieverleê de Christenheid in deze eeuw zonder manlijken hartstocht, zonder veerkracht cn diepdoordringend gevoel. Omdat men aan niets hecht, is er geen losscheuren. Omdat men niets waarlijk bezit, is er geen verliezen. Omdat men niet leven durft, is er geen sterven. Het is of er een tweede Messias is uitgegaan, die den blijden weêr een droeve boodschap bracht; de verbondenen weêr in hun bloed wierp; den getroosten het hart weêr brak en den vrijgemaakten weêr toesluiting der gevangenis uitriep; om uit te roepen het jaar van de vergetelheid des Heeren en bedwelming voor alle treurenden van hart; om het gewaad des lofs in onaandoenlijkheid, de vreugdeolie in dofheid der ziele te verkeeren; en u in steê van een door Christus verjongde, vernieuwde, en wel lijdende, maar in dat lijden gelukzalige gemeente, een menigte van zoo kalme, zoo gelatene, zoo stille, zoo zwijgende, zoo geduldige personen voor uw wereld te geven, die van Jobs murmureeren volstrekt niets meer begrijpen, en zich, o, schreiende satyre, nog inbeelden, dat ze, zij 't ook uit eigen deugdzaamheid, navolgers zijn van h, t Lam'.

Maar, God zij lof, zóó is onze heilige Christelijke belijdenis niet.

Niet te verkwijnen, maar te leven; te leven met al de spankracht waar uw hart op is aangelegd; voor altijd fijner indrukken vatbaar; voor al teederder gevoelens aandoenlijk; nuchteren, niet bedwelmd; rustig, niet overspannen; en dan een kruis dragend veel pijnlijker dan een onbegenadigde ooit droeg, maar onder dat kruis nochtans wel te moê, bezield, verheugd, vol hope, — aldus moet het levenstoon onder u zijn, gemeente van Christus, wilt ge u nog naar dien Vorst der Lijdzaamheid noemen!

Het lijdensmysterie voor den Christen is niet, dat hij de scherpte van het lijden zal afstompen; de zwaarte van de smarte zal verminderen; het vlijmende der pijn zal inkrimpen; noch ook, dat hij, als

Sluiten