Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zielskracht der „zachtmoedigheid," die lof heeft, terwijl de „lijdzaamheid" sterker op den voorgrond treedt bij de vervolgingen van de eerste Christenheid.

Mozes, de man Gods, leed niet van de wereld, maar ging gebukt en gebogen onder de moeite, den overlast, het zielsverdriet, dat zijn eigen broederen hem aandeden, en daarom heet het van hem: „I)e man Mozes was zeer zachtmoedig, meer dan alle menschen." Die nu toegeven, zich niet wreken en hun wrevel inhouden, kortom, „de zachtmoedigen," zingt de psalmist, „zullen het aardrijk erfelijk bezitten"; een zaligspreking door Jezus aan het boek der Psalmen ontleend. Het zijn de zachtmoedigen, die voor het oogenblik wel onderliggen, maar door 's Heeren bestel in het einde triomfeeren zullen. Immers hier reeds „houdt de Heere de zachtmoedigen staande". Hij „zal de zachtmoedigen leiden in het recht"; „den zachtmoedigen zal Hij genade geven"; Hij „zal de zachtmoedigen versieren met heil"; „de zachtmoedigen zullen eten en verzadigd worden"; de Messias komt „om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen"; en Hij zal komen, rijdende „op het woord der waarheid en der zachtmoedigheid"; dan „zullen de zachtmoedigen het hooren en verblijd zijn"; „zullen de zachtmoedigen vreugde op vreugde hebben"; als Hij, tot wien David jubelt: „Heere, uwe zachtmoedigheid heeft mij groot gemaakt!" zal verschenen zijn om „de zachtmoedigen der aarde te verlossen", „de zachtmoedigen in rechtmatigheid te leiden", en na dat lange bange dulden „den wensch der zachtmoedigen te verhooren"!

Bij Job daarentegen schittert ons niet de zachtmoedigheid, maar de „lijdzaamheid" tegen, of wilt ge, om bij het woord van onzen vertaler te blijven, de uitnemende „verdraagzaamheid," waarmee hij zijn bitter lijden doorstond; een verwisseling van woorden, die voor de zaak zelve geen 't minste verschil maakt, daar bij Jacobus in het Grieksch geheel dezelfde uitdrukking wordt gebezigd, die anders altijd door „lijdzaamheid" is vertaald.

En waarom nu bij Job geen zachtmoedigheid, maar „lijdzaamheid" ? Waarom anders, dan wijl zijn lijden hem niet door de broederen, maar, onder Gods leiding, door Satan was aangedaan. Zijn kinderen waren hem op één dag aan het vaderhart ontrukt; zijne bezittingen waren door openlijke vijanden vernield; en zijn vleesch was aangetast door een smadelijke krankheid! Toen was het voor Job niet de vraag, of hij geen wrevel tegenover wrevel zou zetten, maar of hij desniettemin zou staan blijven in zijn geloof, en ondanks den ontzettenden en verpletterenden aanval, waaraan hij blootstond, zijn geloofsstand tegenover zijn God zou behouden. Niet op zijn prikkelbaarheid, maar alleen op dien geloofsstand geschiedt bij Job de aanval, eerst door Satan, straks door zijn vrouw, het aanhoudendst door zijn vrienden, en Jobs overwinning bestaat niet hierin, dat liij altijd even zachtmoedig tegenover menschen blijft, maar daarin, dat hij door niets en niemand

Sluiten