Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leeft hem de overtuiging in de ziel, dat men slechts dan voor het oogenblik tot het willig doorstaan van smart in staat is, indien men er vast op gaan kan, dat er na korter of langer tijd een einde aan komt, en dat dan het geluk en de heerlijkheid volgen.

Ook hij weet het zeer wel dat het streelender is „in zachte kleederen" bij de koningen in hun paleis te verkeeren, dan met een haren pij in de woestijn om te dolen of te vluchten in de holen en spelonken; maar hij weet het nog zekerder dat er van verre geen vergelijking zijn zal tusschen die flikkering van dat aardsche klatergoud^ en die onmetelijke pracht en duizelingwekkende heerlijkheid, waarin het nieuwe Jeruzalem „met zijn kristallijnen poorten" eens zal prijken.

/eer wel bezonnen en volkomen nuchteren doet hij derhalve zijn keus. De weegschaal staat voor hem, en aan den éénen kant ziet hij in de schaal al den glans en praal der wereld liggen en aan de andere zij de heerlijkheid van Gods volzaligen hemel, met en bij den geeselriem en de doornenkroon en het kruis, — en nu den evenaar met aandacht in zijn slingeren gadeslaande, ziet hij klaar en duidelijk, dat „dat goede der aarde" niet alleen niet opweegt, maar zelfs niet meetelt bij „dat goed des hemels" vergeleken, en zijn welbewuste slotsom is: „Ik acht dit alles schade, ja drek, om de heerlijkheid in Christus te gewinnen"; en anderen deelgenoot van zijne overtuiging makende, roept hij hun op zegevierenden toon toe: o, Mijn broeder, mijne zuster, hoe hoog ook het lijden ga, „dat lijden van deze tegenwoordige wereld is niet te waardeeren tegen de heerlijkheid, die hiernamaals komt!" Komt, niet door hetgeen buiten God in zijn hemel, maar door wat in dien hemel uit die Fontein alles goeds zelf, van dat eeuwig en volheerlijk Wezen, in het aangezicht des Zoons zal worden gesmaakt.

Daarom steunt de lijdzaamheid op „de verwachting". „Indien we hopen hetgeen we niet zien", getuigt de apostel, „zoo verwachten wij het met lijdzaamheid." Een verwachten van Gods beloftenissen: „Gij hebt lijdzaamheid van noode, opdat gij, den wil van God gedaan hebbende, de beloftenissen moogt wegdragen". Een verwachten van de dubbele beloftenis: dat de martelaar gekroond en die hem martelen dorst verdoemd zal worden; want aldus heet het in het engelenlied van het oordeel, na de profetie van der verlosten glorie en den sulferrook der goddeloozen: „Hier is de lijdzaamheid der heiligen! d. w. z. hier, in deze vaste verzekerdheid, dat Christus eens Jeruzalem verheften en „Babyion verdoemen zal", vindt „de lijdzaamheid der heiligen" de springader van haar kracht.

En hier ligt dan ook het punt, waarin de geloofsvolharding van de heiligen des Ouden Yerbonds met de lijdzaamheid van de heiligen des Nieuwen Verbonds saamstemt. Immers de verwachting op den Christus is bij beiden, slechts met dit verschil, dat de ouden zoowel

Sluiten