Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het supplement der Acten van de Middelburgsche Synode leest men: „Hoe men de Vastendagen houden sal?

„Antwoord: De gemeinte zal het gewoonlyck gebruick der spijzen mitsgaders de handelingen tot dezen leven dienende, onderlaten, en den gansehen dag tot omtrent den avond toe met het lezen ende aanhooren des Godlycken Woords, vierige gebeden ende andere heilige oefeningen toebrengen."

En in gelijken zin oordeelde men te Dordrecht in 1574:

„Op vast- en biddagen zal men eenerlei form houden op deze wijze: Eerstelick zal men de Ghemeente t' samenroepen ende eenige Tekst voornemen en verklaren. Item vierige gebeden voor en na gebruiken. Ende om suleks beter te doen, 't volk tot onthouding van spijs en drank ende andere toegelatene dingen vermaanen; gelyck oock dat ze in den Tempel blijven."

Opmerkelijk is nog de bepaling van de Synode van 1578: „Het zal raadzamer zijn het vasten op andere dagen dan op den Sondach te houden."

Volgens het getuigenis onzer historie lag in deze vast- en biddagen beter verweer tegen den vijand dan in de Delftsche en Amsterdamsehe arsenalen.

Ook beter verweer tegen den „sielenvyand" dan in de schatkameren vpn vermaan en betoog.

IV.

DE PRACTIJK DER GODZALIGHEID.

Met vasten en bidden God dienende.

Luk. 2 : 37.

In de practijk der godzaligheid is het vasten slechts een krachtiger uiting voor de zielsklacht van den apostel: „Ik, ellendig mensch, wie zal mij verlossen van dit lichaam des doods?"

Het is in de ure des vastens de macht van het vleesch, die ons tegen de borst stuit; dat vleesch, dat om maar gevoed en gekleed en verzorgd te zijn bijna onzen gansehen dag inneemt; dat veeleischende, zich in het huiselijk leven als middelpunt stellende vleesch, waarom ieder draaft en alles slooft, en dat maar al te vaak oorzaak is dat er voor stil gebed en afzondering nauwelijks één halve ure op een gansehen dag overblijft.

„Ik bedwing mijn lichaam en breng het tot dienstbaarheid,'" schrijft 1'aulus, aldus de rollen omkeerende gelijk het lichaam zelf die liefst verdeelen wil. „Uw lichaam meester en gij de dienstknecht'." is het einddoel, waar het vleesch telkens heendringt, en in waarheid,

Sluiten