Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tusschen nu en straks — nauw vijf minuten! — lag een eeuwigheid voor hem.

Hij richtte het hoofd op, als verdwaasd. Zijn haren waren verward, hij staarde rond, wezenloos, zonder gedachte dan deze éene, die hem waanzinnig maakte:

,,'t Is uit, mijn God, 't is uit, voor goed!"

En toch, 't was ongelooflijk, 't kon, 't mocht niet waar zijn. 't Kon er niet staan, 't was een zinsbegoocheling, hij moest gedroomd hebben.

Wederom greep hij naar de brief, en voor de derde keer las hij de woorden, die in zijn gemoed brandden met onduldbare smart:

Liefste,

't Kan niet langer zoo. Dit leven is mij een hel geworden en ik ga heen, zooals ik je gezegd heb. O, Paula, hoe kan je anders van mij verwachten, hoe kan je van me vergen dat we dat komediespel nog éen dag langer voortzetten? 't Is mij onbegrijpelijk, hoe ik het nog deze maand heb kunnen uithouden. Ons kind te zien en mii te verheugen in 't bezit van zulk een schat, 't pand van onze liefde, en steeds te huichelen, alsof z ij n vadervreugde mij een verkwikkelijk schouwspel was; aan te zien dat hij, mijn weldoener, degeen aan wie ik alles te danken heb, zich gelukkig waant, en mij in zijn hartelijkheid over

Sluiten