Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook hoorde hij opnieuw dat honend-sarrende „cocu", zag en voelde hij haar op zich afvliegen als een dolle. Hij was bleek, en toch voelde hij zijn eene wang gloeien; hij was schijnbaar kalm en hij voelde zijn hart omdraaien van walg en afkeer. En 't was of hij valschheid en huichelarij zag in ieder woord, in iedere blik, in ieder gebaar dat hij van haar waarnam. Hij slikte zijn eten met brokken in, dwong zich om niet opvallend weinig te eten. Nu en dan bewoog hij zijn eene hand, verschikte zijn servetring naast zijn bord, en werd zich dan opeens bewust van zijn afgetrokkenheid: de gast mocht niets merken. Hij deed zich geweld aan, om op gewone toon te spreken, te antwoorden althans. Hij voelde zich ellendig.

En Paula en Margot merkten niets, vonden hem opvallend gewoon; zooals Margot het na tafel noemde. En de laatste luchtte haar geestigheid onbevreesd: ze kreeg zelfs een goedkeurende glimlach van Larsen terug, ja zelfs een goedig „zeker, zeker," of een passe-partout als „nu, die is goed!" waar zij van hèm al zeer mee in haar schik was.

De koffie werd voor gebruikt, en Larsen kon zich eindelijk, met een onbeschrijfelijk gevoel van opluchting, op zijn gemak neerzetten; in een fauteuil en eenigszins „verdekt". Hij nam zich stellig voor zijn marteling niet langer dan nog éen kwartier te

Sluiten