Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIV.

't Was een gure nacht in 't midden van October. Nog enkele uren, en de zon zou zich de moeite geven een bleeke dag in te wijden, guur en winderig als de nacht geweest was. Zware wolken lagen overal als opgestapeld aan de hemel, en slechts een enkele ster keek nu en dan als verschrikt achter de reusachtige massa's door, om kort daarna weer weg te schuilen.

Op de modderige straatweg was het donker, al was er weinig geboomte om het gezicht te belemmeren, men kon geen tien schreden voor of achteruit, links of rechts van zich af zien.

Twee menschelijke gestalten stapten naast elkaar voort, beiden warm ingepakt, met de kragen op, zwijgend en met haastige schreden. Blijkbaar viel het de kleinste der beiden lastig de ander bij te houden; maar geen woord van klacht werd geuit. Wellicht merkte de ander — een zwaar gebouwd man — aan de hijgende ademhaling naast hem, dat hij zijn

Sluiten