Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijden nam toe. Wat was 't toch dat hem kwelde? Zou dat lieve leven heengaan zonder dat ze wist waarom? En ze voelde zich vernederd in haar kinderlijke rechten. Zij was zijn eenig kind. Al was ze nog klein, waarom mocht zij niet weten wat hem scheelde? Ze kon hem troosten: o, dat was vast! Vadertje luisterde graag naar haar, en als zij maar wist wat hem deerde, zou zij hem zeker kunnen opbeuren. Die nare moeder! Die woü maar niets zeggen, t Is niets, 't is niets.... 't was wèl wat: vader was ongelukkig, hij was ziek van verdriet, erg ziek zelfs! Alsof ze dat niet had kunnen zien

Gelukkig dat ze zich nu eindelijk eens zelf overtuigen kon.

Jammer dat vader net sliep. Ze had al niet best begrepen, hoe moeder, die hem anders zoo trouw oppaste — dat moest ze toegeven —- nu opeens weggeloopen was. En zij had zoo vriendelijk gevraagd voor dat uurtje haar moeders plaats in te nemen, en bij vader te waken; ze had er om gebeden en gesmeekt. Waarom toch was moeder daar zoo tegen? Zij zou vader toch geen kwaad doen! Integendeel, 't zou hem goed doen haar eens te zien. Hij verlangde toch zeker ook wel naar zijn Didi

Didi zat peinzend op haar stoel, de kleine voetjes over elkaar geslagen; de eene hand op de rand van het ijzeren ledikant. Wat lag vader stil en rustig!

Sluiten