Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet omdat hij bang was, en behoefte had aan een vriend, om zijn hart uit te storten. Ook niet omdat hij berouw had. Dat had hij niet. Toch moest hij alles zeggen. Alles. Hij had haar geworgd als een beest, met eigen handen. Hij zou zich zelf gaan aangeven bij de politie, straks wanneer hij Van Thiemen gesproken had. Of anders morgen

Hij belde aan. Wachtte een paar minuten. Toen nog eens.

't Duurde nog eenige minuten voordat de zware deur langzaam geopend werd, even op een kier. 't Was nog een ouderwetsche voordeur, zonder kijkluikje.

„Wie is daar?" vroeg een vrouwestem, eenigszins aarzelend.

Larsen herkende 't geluid van Van Thiemen's huishoudster.

„Meneer thuis, juffrouw De Vries?"

De deur ging wat verder open, een hoofd vertoonde zich in de opening.

„Meneer meneer de professor professor

Larsen?" stamelde 't menschje.

„Ja. Wil u me binnenlaten? Ik moet noodzakelijk meneer spreken."

De ander aarzelde. Wat zag die professor Larsen bleek! En dan, had ze niet gehoord dat de man in een „gesticht" was? Hoe kwam hij zoo opeens hier?

Sluiten