Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd geleden, en de smart moest wel ontzettend groot zijn, als ze tot zulke ijzingwekkende spooktooneelen in zijn fantazie geleid had! En hij kende de oorzaak van al dat lijden.

Nog zat Van Thiemen in gedachten verzonken, in tweestrijd met zichzelf en reeds ten prooi aan akelige twijfeling, toen hij getroffen werd door een vreemd geluid. Hij luisterde aandachtig: daar was 't weer, en nog eens en nog eens. O, de brandklok: ergens brand

Larsen hoorde blijkbaar niets, steeds in dezelfde houding met het hoofd achterover geleund.

Van Thiemen stond op. Hij kon niet langer blijven zitten, verlangde naar beweging, wilde naar buiten, naar de frissche lucht. Hij kon 's naar die brand

gaan kijken: wie weet waar 't was Maar dan

Larsen....

Plotseling keek deze hem aan, met schrik in de oogen.

„Dat is de brandklok!" zei hij eindelijk van toon veranderend.

„Ja, dat hoor ik ook. Zal ik ?"

„Er is brand in m ij n huis. Yan Thiemen, ik weet 't zeker, er is brand in m ij n huis."

Larsen was opgestaan, zenuwachtig en gejaagd, een ander mensch dan eenige oogenblikken te voren.

„In jou huis?" 't Angstig makend vermoeden had ook de ander bekropen, waarom begreep hij zelf niet.

Sluiten