Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

je!... I)ie beesten kunne zoo hard lóópe, weet je dat wel? Me neef Jan, je kan 'm wel, de stuurman, Betje d'r man zal 'k maar zeggen... die heeft me zelf verteld, dat als n kaaiman je achterna zit, dat je dan onmogelijk uit de voeten kan komen, as je 't niet weet; want je mot weten, dat die dieren zich niet om kunnen draaien; zie je, ze kunne alleen maar recht uit, en daarom kan je dan ook weg komme door 'n hoek om te slaan; anders ben je voor de haaien hoor, maakt dan je testament maar.«

t Meisje bracht een geweldig grooten bak met halve broodjes met rookvleesch binnen. Die werd midden op tafel neergezet. Daaromheen, in 'n kring, de bordjes, maar niemand durfde ervan te nemen.

Eindelijk zei t oompje, brommend grinnekend: »Staat dat daar voor de mooiigheid ?«

»Mag 'k u s prizzeteeren?» vroeg nicht Soeters; en nu ging de bak rond, en ieder nam 'n broodje.

De doodgraver, die voortdurend zwijgend had zitten staren, wuifde plotseling met z'n cadetje in 't rond, zei: «smakelijk eten allemaal,« en beet er de helft af. De rest hield hij krampachtig voor zich uit.

»Leg 't op uws bordje,« fluisterde z'n broer, die naast 'm zat, 'm welvoegelijkheidshalve toe. En hij, verlegen omdat ie voelde ongemanierd te zijn geweest, legde 't afgehapte stuk op 't bord waar 't broodje van z'n anderen buurman al lag, en nu nam hij 't daar telkens af, en legde 't er weer neer, waarop die buurman

Sluiten