Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vatief, sprudlende nieuwlichters en deftige officieusen met bloeiende knoopsgaten, artistieke bohémiens, die de ^slavernij van 't krantenleven weggeschopt haddens voor 'n poovertjes vrij schrijversbestaan op 'n dorp; mannen met namen, die uit de nameloosheid van hun blad hadden opgeklonken en telkens genoemd werden in politiek debat tot zelfs in de Kamers, en bescheiden voortzittende knipredacteuren.

Samen hadden zij een journalistieken jeugdroes doorgemaakt, den korten tijd na de oprichting van die vermaard-rijk-begonnen mondaine krant, die weldra, duizelig van politieke zwenkingen, voorgoed gevallen was. En sedert bracht nu ieder zijn honing in eenen anderen korf.

Maar eens per jaar, nu welhaast een decennium lang, kwamen zij weer samen aan 't kameraadschappelijk maal in steeds dezelfde oude zaal van 't eerwaardige oude hotel, waar in den gouden tijd de schitterende redactiediners plachten te worden gegeven.

En 't was er een strenge tafelwet, dat vóór 't dessert ieder verslag te doen had van wat hem, sedert de vorige

' o

eetpartij, merkwaardigs was weervaren.

Die mannen, te zamen vormend een spectrum van politieke kleuren, eendrachtig en met oprechte vriendschap hieven ze hier eens per jaar de glazen, zoowel ter eere van eenen verwonnen rechtschen Kamerzetel als voor den socialen martelaar, pas uit de gevangenis ontslagen, 'n Hoera voor den Atjeh-invalide, die zijn

Sluiten