Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de straten door, en jonge tanatieken zweepten ze op, zoodat er met de politie telkens weer duchtig slag werd geleverd; de zwermen steenen gonsden door de lucht op de helmen af, en in de charges met blanke sabels vielen de gewonden bij hoopen. Er was waarenpel angst in de stad; overdag die magazijnen met luiken gesloten; de staat van beleg afgekondigd; bendes, in den honger op plundering uit, sloegen en gooiden de vensters stuk, bombardeerden de deuren in de rijkste wijken. En de ijverige verslaggevers, 't gevaar van sabelhouwen en steenenregens trotseerend, trokken overal mee, den persbouton in de ééne, 't reporterboekje in de andere hand, en in kolommen met fantastische hoofdjes vertelden zij de onthutste burgers wat er van was. En hun blad, met zijn staf van

reporters, ging voor in realistische uitvoerigheid, elk nummer weer ...

Toen kwam er één van hen op een avond even 't bureau opgevlogen 0m jachtend een bulletin te schrijven van vijf dooden bij een afschuwelijk gevecht in n smal straatje... En de secretaris van de redactie tripte binnen, op krakende lakschoenen, jeugdiger blozend dan ooit en dandieus in zijne smoking. Hij neuriede 'n zangerig operadeuntje, en tikte er met z'n badientje de maat bij op de tafel, waar de verslag. ge\er geagiteerd zijn bericht aan schreef.

Tralala 1... tralala!... weer wat moois verzonnen, waarde heer?«

Sluiten