Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T

eigen vreten maar gaan zoeken. Met hèm was 't oramers net zóó gegaan; en was ie 'r soms met Gods hulp niet fatsoendelijk gekommen?

De jonge beeldhouwer sliep daarom van z'n vijftiende jaar in de leege boks van den nachtsnorder op strooi onder een paardendek in 't stalhouderijtje van z'n moeders oome Janus op 't Oude Kolkje, waar ie 't veel echter vond dan thuis, met die goedig afgejakkerde oude paarden, en »Evert-pijn-in-'t-haar«, den stalknecht, die eindeloos en ongemeen afwisselend verhalen kon van nachtelijke Roomsche doopies, gasthuisvraggies en toeren met de Jan plezier: 's morgens om drie uur voorkomen, en tot 's avonds twaalf, aldoor met de flesch op den bok onder 't zagen van de harmonica in 't sjok-sjok-draffie.

Want oome Janus had voor Joop 'n ijdel zwak; toen ie zóó stijf en pijnlijk was geworden van rheumatiek, dat ie zelfs 't kalme dokterswerk, waarbij je toch maar éénmaal op en van den bok hoeft, niet meer doen kon, had ie zich laten lijmen om 's winters eens in de maand te zitten voor de turfbedeeling, wat wel strookte met z'n genegenheid voor fatsoenlijke stille armoe, en meteen nog 's een rustig verzetje gaf, — gehaald en gebracht door de barouchet, en als dan alle bonnetjes uitgegeven waren, 'n enkel fleschje roode wijn, waar de commissieleden om de beurt elkander op onthaalden. En nu wilde 't toeval, dat de concierge van Academie daarin ook zitting had, en te praten kwam

Sluiten