Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Opdat de vijand, nu hij brult,

Gelijk een leeuw,

Die ijslijk, schreeuw op schreeuw, Het woud met schrik vervult, En vlamt op hart of hinde,

Niet fel mijn ziel verslinde.

3. Dewijl zich niemand openbaart,

Niet een, die mij Verlos, behoê, bevrij,

Word ik met recht bezwaard;

Of kan men mij verdenken,

Dat ik hem zocht te krenken?

4. Of zocht mijn wraaklust ooit uit haat,

Zoo fel en wreed,

Ontvangen leed met leed,

En al dat kwaad met kwaad Hem weêr betaald te zetten? Zoo moog' Hij mij verpletten.

5. Zoo vliede ik, zonder wederstand;

Hij grijp' verstoord En trede en trap me voort Het hoofd tot stof in 't zand, Zoo lang totdat er leven En naam al teffens kleven.

1. PAUZE.

6. Ontwaak in uwe grimmigheid,

En handhaaf 't recht Van uwen trouwen knecht!

Vertoon uw Majesteit En zegenrijke stralen In 's vijands land en palen.

7. Ontwaak, o Heer! en voer mijn zaak,

Naar uw besluit En last, rechtvaardig uit;

En 't volk zal, met vermaak,

In uwen tempel dringen,

En U ter eere zingen.

Sluiten