Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11. Zingt, zingt den Heer die eeuwig leeft Die Zion tot zijn woning heeft;

En laat voor aller volkren ooren Met psalmgezang zijn daden hooren.

12. Hij zoekt en Hij gedenkt het bloed, Gestort in wreevlen euvelmoed:

Hij toont der armen nood te weten En zal hun kermen niet vergeten.

13. Bewijs o Heer! uw knecht genaê;

Sla mij in mijn ellende gaê;

Zie hoe mijn haters mij verdrukken, Gij die mij wilt den dood ontrukken.

14. Opdat ik, Heer, U blij te moe In Zions poorten hulde doe En in uw heil ten allen tijde Met Zions dochter mij verblijde.

15. De heidnen zijn door waan misleid Gestort in kuilen mij bereid;

Hun voet verwart zich in de netten Die z'in 't verborgen voor mij zetten.

3. PAUZE.

16. Thans is de Heer bekend alom Door recht te doen bij 't heidendom: De goddelooze raakt in banden,

Verstrikt in 't werk van zijne handen.

17. De stoute zondaars zullen snel Te rugge keeren naar de hel Met al de godvergeten benden

Der heidnen die zijn wetten schenden.

18. Nooddruftigen vergeet God niet Noch laat hen eindloos in 't verdriet: 't Ellendig volk mag op hem wachten; Hij zal hun hoop niet steeds verachten.

Sluiten