Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. Maar d'altoos wijze raad des Heeren

Houdt eeuwig stand, heeft altoos kracht; Niets kan zijn hoog besluit ooit keeren; 't Blijft van geslachte tot geslacht'.

Zalig moet men noemen Die hunn' Maker roemen

Als hunn' Heer en God,

't Volk, door Hem te voren Gunstig uitverkoren Tot zijn erv' en lot.

2. PAUZE.

7. De groote Schepper aller dingen

Ziet, uit het ongenaakbaar licht, Het gansch gedrag der stervelingen;

Niets is bedekt voor zijn gezicht.

Uit zijn vaste woning,

Daar Hij heerscht als Koning,

Daar zijn lof, zijn eer,

Klinkt door al de bogen,

Zien zijn godlijk' oogen Op heel 't menschdom neer.

8. 't Is God, aan tijd noch plaats verbonden,

Wiens toezicht over alles gaat;

Die 't harte vormt, en kan doorgronden; Die aller werken gadeslaat.

Schilden, bogen, dolken,

Dapper' oorlogsvolken,

Wijsheid, moed noch kracht,

Kunnen ooit in 't strijden Eenig Vorst bevrijden,

Zonder 's Heeren macht.

9. Het brieschend paard moet eind'lijk sneven,

Hoe snel het draav' in 't oorlogsveld; 't Kan niemand d'overwinning geven;

Zijn groote sterkte baat geen held.

Sluiten