Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 56.

1. Ontferm u over mij!

Mijn vijand houdt niet op van treden;

O God! ik lig geheel in lij,

Ik word den ganschen dag bestreden. Hij onderdrukt me fel, en perst,

Dat mij het bloed ter kele uitberst.

2. Mijn vijand op de been,

In 't harrenas met heele benden,

Mij al den dag op 't hart komt trêen; In 't groeien van zoo veel ellenden,

Hoewel ik voor uw oordeel gruw, Nog zet mijn ziel haar hoop op U!

3. Ik zal in Ood, mijn hoofd,

Ten hoogste zijn getrouwheid prijzen,

Die, 't geen Hij met zijn mond belooft, Ook sterkt. Mijn geest zal nimmer ijzen Voor vleesch en bloed, of iemands arm, Zoo lang de Hemel mij bescherm'.

4. Zij wisten al den dag

Mijn woord en rede te misduiden,

Zij leiden alle, uit onverdrag,

Op mijn bederf toe, bij hen luiden.') Al hun gedachten liepen uit Op mijn bederf, hun raadsbesluit.

5. Zij zullen mijn gezin Vermeeren en mijn huisgenooten,*)

En houden hunne schalkheid in, Bespieden wat er wordt besloten,

Slaan, 's morgens vroeg en 's avonds spa, Het spoor van mijnen wandel ga.

J) Onverdrag = onverdraagzaamheid; bij henluiden, versta: bij zichzelf 2) Versta: huislijk bij mij verkeeren, wonen.

Sluiten