Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15. Haar krachten zal nature uiten

Tot over-mild gewas,

En doen haar nutte gaven spruiten,

Daar eertijds schraalte was. De koesterende zegen vredig

Daalt neder; het gezicht Ziet bergen, vroeger woest en ledig Van volle aren dicht.

16. Het weinig zal het vele geven,

Zoodat het rijpend graan,

Door 't blazen van den wind gedreven,

Een sterk geluid zal slaan:

Lijk men op Libanon de boomen Met groot gedruisch hoort gaan,

Wanneer de snelle winden komen En ruischen door de blaên.

3. PAUZE.

17. De klank zijns naams zal nooit verdwijnen,

Maar leven in 't gedacht,

Zoolang de schoone zon zal schijnen

Bij alle nageslacht.

Door hem wordt het geluk verkregen.

Hij is 't, die overal De heidnen met zijn gunst en zegen Rijk overstorten zal.

18. De weldaad zal de harten raken,

Zijn goedertierenheid Zal d'aangeroerde ziel doen waken

Tot plicht en dankbaarheid.

Dies zullen aller volken monden,

Ontsloten tot zijn eer,

Den welverdienden lof verkonden Van hem, hun grooten Heer.

19. Houd stil, mijn lof, en keer ter bronnen

Waarvan al 't schoon en goed,

Al wat een tong zou zingen konnen,

Zijn uitstroom hebben moet:

Sluiten