Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uw wijnstok uit Egyptenland:

Gij zelf hebt gunstig hem geplant;

Voor hem de volken uitgeroeid,

Hem plaats bereid, hem mild besproeid.

7. Hij heeft zijn wortels uitgeschoten:

De bergen werden door zijn loten

Als waren 't ceedren overdekt:

Hij heeft zijn ranken uitgestrekt In zijnen bloei en frisschen staat Tot aan de zee, tot aan d'Eufraat.

8. Waarom hebt Gij zijn muur verbroken? Hem van uw zorg en hulp verstoken?

Men plukt, men trapt hem met den voet: Het boschzwijn heeft hem omgewroet; Het wild gediert hem afgeweid Daar 't zich door 't gansche land verspreidt.

9. Keer weêr, o God der legermachten!

Tot ons, die op uw bijstand wachten;

Zie uit den hoogen hemel neêr;

Herstel uw wijnstok als weleer;

Den stam, ter liefd uws kinds geplant,

Dien Gij gesterkt hebt door uw hand.

10. Hij ligt verbrand en afgehouwen.

Als Gij verwoest, wie zal dan bouwen! Uw hand zij over 'smenschen zoon,

Dien G'U gesterkt hebt tot den troon: Zoo leven wij, door U bevrijd,

Altoos aan uwen dienst gewijd.

11. Behoud ons, Heer der legermachten;

Zoo zullen w'ons voor afval wachten;

Zoo knielen w'altoos voor U neêr,

Getrouwe Herder, breng ons weêr:

Verlos ons, toon ons 't lieflijk licht Van uw vertroostend aangezicht.

Sluiten