Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. Op uw noodgeschrei Deed ik groote wondren.

Onder mijn gelei'

Vondt gij hulp; mijn woord Werd van u gehoord,

Uit de plaats der dondren.

8. 'k Nam te Meriba

Proef van uw vertrouwen, Of g'op mijn gena,

In uw tegenheên,

Op mijn naam alleen En mijn woord woudt bouwen.

9. Hoort Mij, zei ik toen,

Onder u betuigen,

Wat gij hebt te doen; Och! dat Israël Zich, op mijn bevel,

Onder Mij wou buigen!

10. Eert geen uitlandsch God; Wacht u voor uw zielen;

Wilt, naar mijn gebod, Mijnen naam ten hoon,

Voor geen valsche goón, Voor geen vreemde knielen.

11. Ik, ik ben de Heer!

'k Ben uw God, die heilig IJvre voor mijn eer.

Die u door mijn hand Uit Egypteland Leidde vrij en veilig.

2. PAUZE.

12. Opent uwen mond,

Eischt van Mij vrijmoedig,

Op mijn trouwverbond: Al wat u ontbreekt,

Schenk ik, zoo gij 't smeekt, Mild en overvloedig.

Sluiten