Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Welzalig leeft hij, die den drempel Bewoont van uwen heilgen tempel,

U daar verheft, jaar in, jaar uit. O, driewerf zalig moet men achten, Die hulp en bijstand wil verwachten

Van U alleen, en vast besluit, In 't heimelijk, bij zich, in 't harte,

Naar U te klimmen uit deez' smarte;

4. Uit dit ellendig dal van tranen

Een heirbaan zich naar God te banen,

Naar 'shemels stad, vol rust en vreugd; Want Gij, o wetheer! stort uw zegen Van boven over den verlegen.

Zij gaan van d'eene in d'andre deugd, Totdat ze op Zion triomfeeren,

Voor 't aanschijn van den Heer der heeren.

PAUZE.

5. o Heer der hooge hemelscharen!

Verhoor mijn bede in dit bezwaren;

o Jakobs God, geef mij gehoor! Beschermer van uw volk! zie heden Van boven, hoor naar mijn gebeden,

Aanschouw mij van uw zalig koor, In 't aanschijn van, wie overgoten l) Met olie, heeft uw gunst genoten.

6. Want zaliger is 't, in uw zalen Zijn hart een dag eens op te halen,

Dan honderd jaren elders heen Te zwerven. Liever zat ik achter Alle andren, als een tempelwachter, Aandachtig in een hoek alleen,

Dan in der goddeloozen hutten, Die reukeloos de boosheid stutten.

7. De Heer bemint genade en waarheid; Genade en zegenrijke klaarheid

') Gezalfde, hier de gemeente.

Sluiten