Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mij, uw dienaar, die het wrijten van de grooten hooren moet, Wijl hij spreekt van uwe rechten en daar al zijn doen naar

[doet;

Wijl uws wils getuigenissen lust en rust hem wezen laat, Hij in alle tegenheden tot hen komt om hulp en raad.

3. PAUZE.

7. 't Hart verflauwd, gekweld, onlustig, is benauwd en vol van

~ . (pijn ;

Daar is nergens troost bij menschen: laat uw woord mijn

[trooster zijn.

Open heb ik, Heer, mijn hart U, al zijn kameren, gezet,

Open nu en toon m'ook al de dierbre schatten van uw wet. Leer mij deez', zoo zal ik leeren; en, als Gij mij hebt geleerd, Van uw groote wondren spreken, dat uw eere word' vermeerd. Droevig ben ik en verslagen; 't hart is bijna gansch versmacht, Laat uw woord mijn helper wezen en verleenen nieuwe kracht.

8. Wend mijn voeten van den afweg, die gewis ten doode leidt, Oun m'uw wet, die ik mijn liefde met mijn hart heb toe-

[gezeid.

Uwe heil-getuigenissen, ingeschreven in 't verstand,

Ingesneden in het harte, zijn mijn allerduurste pand.

Heer, mijn God, wil mij behoeden voor één zake, die ik

[schroom:

't Is Heer, dat ik bij de menschen nimmermeer in schande

[koom.

Geef mij hoop, en ik zal hopen ; troost, en weg is mijn gekwel: Ga met weldaad voor, zoo volg ik en neem acht op uw bevel.

4. PAUZE.

9. Leer mij, Heer, leer mij de wegen en den aard van uw verbond: Opdat ik ze neer laat dalen in mijns harten diepsten grond; Opdat ik ze daar laat wonen, niet voor eenen korten tijd, Maar zoo lang ik hier zal wezen en Gij mij in 't leven lijdt. Leer mij dat ik z'onderhoude en van ganscher harte doe.

Leid mij toch op zulke wegen: want ik heb een lust daartoe. Buig mijn hart tot uw geboden, maak het U zoo onderdaan, Dat het met des rijkdoms liefde nimmermeer moog zijn bevaan.

Sluiten