Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dreij.

Waarachtig.

Ruffers.

Dus op 't moment hen je., ?

Dreij,

Sociaal-democraat. Zoo rood als een kreeft. Maar ik sta te boek als reiziger in kristal en glaswerk.

Ruffers.

Sociaal-democraat. Dat moet je goed afgaan.

Dreij.

Dat zou ik je verzoeken. Ja, zie je, je moet het maar weten aan te pakken, als je wat verdienen wik. En je uit te geven voor sociaal-democraat is zoo heel moeilijk niet. Je moest me eens hooren zwetsen als ik met die lui onder een borrel zit. Menschenrechten, slavenketenen, kapitalistische dwinglandij -— ik kraam van alles uit, en ze zitten met open bekken te luisteren

Ruffers.

En slikken ze dat alles met die open bekken?

Dreij.

Nou, of ze. Ze zijn nog zoo nuchter die Meersbeeksrhe werklui. Je kunt ze wijsmaken wat je wilt. En tegenover de andere lui houd ik precies dezelfde praatjes, dan denkt iedereen dat ik het meen.

Ruffers.

Maar wat geeft dat nou?

Dreij.

Wat dat geeft? Ontevreden werklui geeft angstige bazen. Daar is hier een groote fabriek, waar ik ze al aardig aan het murmureeren heb gekregen, en ik hoor. dat de fabrieksheer, een kerel, die tonnen in de wereld heeft, er de lucht van heeft gekregen en al vrij wel in de benauwdheid begint te zitten.

Ruffers.

En dan ?

Dreij.

Dan ? Nou, laat dat maar aan mij over. Ik zal dien vrind wel klein krijgen.

Ruffers.

Iloor eens, je praat mooi, maar ik zal je maar precies zeggen zoo als ik het meen: het duurt me te lang.

Sluiten