Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(och andere verstandige menschen, die er anders over denken. Daar heb je mijnheer Swaan, en dan Madzer ook.

Frans.

Madzer? Heb je dien gesproken, moeder?

Vrouw Kiezei..

Ja, ik was zoo straks bij hem ; ik had gerookt spek voor hem gehaald, en toen moest ik nog een boodschap brengen naar liet heerenhuis buiten, zoodat ik zoo tegen hem zei: baas Madzer: zei ik, ik zal mijn mandje maar hier laten slaan, dat zal Frans van middag wel eens komen halen. Frans? zeid'ie, Frans die hoeft liet niet te komen halen; ik zal het je wel laten brengen. Hoe minder dat ik Frans zie, hoe liever dat ik het heb.

Frans.

Zoo? Zei hij dat? Hoe minder dat

Vrouw Kiezel.

Ja, dat zei hij. Ik kan je zeggen, Frans, het schoot me als een zenuw door mijn hoofd. Vraag liet maar aan Eefje, — die stond er bij.

F rans.

Stond Fefje er bij ? — En wat zei Eefje?

Vrouw Kiezel.

Eefje? Die had de tranen in de oogen. Och, vader, zei ze, maak je nu toch niet weer boos. — Ik wil me boos maken, zeid'ie. Nou, als een man zich boos wil maken — dat weten we — dan doet hij het ook. Ik zal je mandje wel brengen, vrouw Kiezel, zei Eefje toen. — Hou je mond, zeid'ie, jij brengt niets. Dirk zal liet wel terug brengen. Dag, vrouw Kiezel, — en toen moest ik gaan.

1" rans (gaat een/ge oogenblikken als

in gedachten op en neer).

Zoo? Moet het daar naar toe? Maar ik laat

me niet dwingen; ik laat me niet dwingen (hij gaat naar zijne moeder en vat hare hand). Hoor eens, moedertje, vertrouw je me?

Vrouw Kiezel.

Ik heb altijd op je vertrouwd, Frans, maar

Frans.

Vertrouw^ je me heelemaal? Geloof je, dat ik iets zou kunnen doen dat slecht was?

Sluiten