Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hier, Weljtink, als er van honderdvijftig niillioen menschen

één doodgeschoten moet worden

wentink.

Ja?

Valk.

En ze moeten er om loten, wie dat wezen zal

Wentink.

Dan ?

Valk.

Wel, dan loot il< niet meê, al is de kans nog zoo klein. wentink.

Daar zou je geli]k in hebben — dat kan ik niet anders zeggen. Ik zou het ook niet doen.

Valk.

Ziedaar, dat is nou de statistiek, waar je wel eens mee spot. ïe ziet nu toch maar, dat je er door tot een logische en verstandige gevolgtrekking bent gekomen ; je loot niet nieé. — Maar laten we dat voor het oogenblik laten rusten. We moeten aan het werk. Er is nog het een en andei af te doen. < Zij gaan aan de tafel zitten.)

wentink.

Ileb je -stof genoeg voor het volgende nommer van de krant?

Valk.

Dat zal wel losloopen (hij kijkt eenige papieren in). Laat zien, wat hebben we hier? De nieuwtjes uit het binnenland. Zeven jubileums — twee van 25 jaar. Daar zullen we er één uitnemen: deze — (hij legt een papier ter zi jde en werpt de anderen in de snippennand). 't Is er een met een zichtbaar geroerde jubilaris en een gepaste toespraak.

wentink.

Zou iemand het dan wel eens in zijn hoofd krijgen om een ongepaste toespraak te houden ?

\ alk.

't Schijnt zoo. — Wat verder? — Een kind in een pot

met kokend Water gevallen.

wentink.

Maar dat krijgen we nagenoeg in ieder nummer. Je ™ tegenwoordig geen krant in handen nemen of er valt een kind in een pot met kokend water. Ik zou wel eens willen weten waar al die potten met kokend water vandaan komen.

Sluiten