Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wentink.

Dat doe ik ook. Ik had den veldwachter last gegeven om ook een oog te houden op een soort van knecht, dien hij bij zich heeft en die boodschappen voor hem doet Het kon wezen, dat we van dien kant wat konden te weten ko™e"- 1 "u kreeg ik zoo straks een rapport wacht ik

Ti i u mC ^rt^t een taPter uit zijn zak en leest) ■ „Ik heb geobserveerd naar den persoon van den bedoelden „man, en heeft een pot stijfsel gekocht met bijbehoorende „kwast, en werden in „De Vergulde Wagen" binnengebracht. (Spreekt). Zooals je ziet, daar komen we i,iet \eel verder mee. Maar enfin, hij komt zoo dadelijk terug, en hij schijnt er nog al op gesteld te zijn om zijn wijsheid te luchten.

Valk.

Wij zullen hem de gelegenheid geven. Laat hem maar eens uitloopen.

Wentink.

Misschien sla je er wel een hoofdartikel voor de Nieuwsbode uit.

Valk.

Best mogelijk. Een redacteur kan alles gebruiken. Wentink.

Wil jij hem tegenspreken, Valk? Dan zal ik met hem meepraten.

Valk.

Goed. Dan blijft het discours gaande. Maar, a propos, begrijp jij, wat hij met Frans Kiezel te bespreken heeft?

Wentink.

Volstrekt niet.

Valk.

En ik vind het toch wel wat raar, dat wij aan Frans permitteeren hier in onze kamer kennis te maken met zoo'n personnage.

Wentink.

O, heb daar geen gemoedsbezwaren over. Die kennen mekaar al lang. En buitendien, ik houd het er voor, dat Frans, als hij ziet dat wij niet toegeven, morgen weer stil aan zijn werk gaat. Dan zullen we waarschijnlijk wel eens kunnen hooren, wat Dreij vandaag niet hem besproken heeft.

Sluiten