Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Valk.

Daar heb je gelijk in Ik hoor hem daar al terugkomen.

(Dreij komt weder op).

ZEVENDE TOONEEL.

De vorigen, dreij.

Valk.

Als u nog een oogenblik tijd hebt, dan kunnen we nog eens doorpraten over de zaak, waar we het over hadden, mijnheer Dreij.

Dreij.

Burger Dreij, als je blieft. Dat gemijnheer, dat laat ik aan de bourgeois over. Mijnheer is een scheldnaam. Wie is mijn heer? Ik erken geen heer.

Valk.

Ik had geen intentie om u uit te schelden, toen ik zei mijnheer, maar 't is zoo het gebruik. Hoewel, ik erken het, 't heeft een vreemde houding, dat men iemand zijn heer noemt, dien men misschien niet waard rekent om zijn schoenen te poetsen.

Dreij.

Hè?

Wentink.

Mijnheer Valk bedoelt dat niet in dit speciale gevat: hij zal u wel degelijk waard vinden om zijn schoenen te poetsen ; maar hij spreekt in 't algemeen.

Valk.

Ja, ja, natuurlijk, in 't algemeen. Ik ben het geheel met u eens: burger is een mooi woord. Wij zijn allemaal burgers van den staat.

Dreij.

Allemaal burgers? Zoo? Als je dan maar de groote hannessen en de bourgeois uitzondert.

Wentink.

Ik wil alles uitzonderen wat je wilt, maar daar is me iets niet recht duidelijk. Kijk eens -— ik ben mijn Fransch wel wat vergeten — maar zooveel weet ik er toch nog wel van, dat mijn mesjeu me indertijd geleerd heeft, dat het Fransche woord „bourgeois" in het Hollandsch zeggen wil een „burger", 't Is precies hetzelfde.

Sluiten