Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. Dreij.

ik ik'hph' nielS l"a^en • Je kunt niets bewijzen, en ik ik heb je in mijn macht! Dat heb je nu beereoen

/al Ver -ebru.k \ 'ieb, Wat J1J woudt do™> nu'

Ci L p ? ?ok (H" Saat naar de« acuter grond). Dag, Frans de deur uitgaande) Daar hpn

ik ten minste zeker van, dat jij zwijgen zult

(Af).

DERDE TOONEEL.

Frans, alleen.

Frans (ziet Dreij een oogenblik *t i -verbijsterd na).

ik tnrh ' lV'vi i riJgen Za' ,l< niet Maar verloren ben

del na' J\f' St3 machteloos tegenover dien ellen delinö ••••••• Mijn naam - mijn eerlijke naam! En

dan nog die ongeteekende dreigbrieven. Iedereen zal er

snik?naanZ'en ! 'e ?eschreven heb ~en ik mag niet spreken_ .... O, ik kan hier in Meersbeek niet blijven.

Htj valt neder op een stoel en blijft eenige oogenblikken

T Maar die andere schurkenstre

, \ mmste bekend maken, en dan — dan moet ik weg. Weg.. En die kerel blijft vrij rondloopen.

sla enT°m liem niel dadelijk de hersens inge-

VIERDE TÜONEEL Frans, Eefje.

•Eefje (vrees elijk ontdaan op

Frans toevliegende).

1' rans! Frans! Wat is er gebeurd! Wat lieb je gedaan3 \\ at is er?

Frans.

Eefje! Hoe kom je hier?

Eefje {haastig).

Ik kom naar huis, en daar komt die leelijke Dreij me tegen. Dag. lief ding, zeit hij, en hij wil me bij mijn kin pakken. „Vort, lcclijkert", zeg ik, en ik geef hem een slag

in zijn gezicht. Toen werd hij als een duivel Zoo, zoo,

grijnsde hij, dat zal je berouwen. Maar ga maar eens binnen, naar je lieven Frans ; maar haast je, want je zult niet lang meer pleizier van hem hebben.

6

Sluiten