Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dreij, dat wij het benaderen voor tien percent boven de aangegeven waarde. En nou stond er zoo'11 hooge ontvanger bij, en die lachte, en zei: mijnheer Dreij kan morgen 33 gulden bij mij komen reclameeren.

Dreij (woedend).

En heb jij je dat laten aanleunen, jou botterik? Kobuh.

Wat wou ik doen? Maar ben je daar kwaad om? Wel, ik zei: komaan, heeren, daar zal hij wel content meê zijn ; dat is een aardig winstje.

Dreij.

Houd je mond, kerel, en snij uit; - ga naar je varkens.

Kobus (weggaande).

Nou !

(Af).

TWINTIGSTE TOONEEL.

De vorige 11, behalve kobus.

Dreij (keert zich woedend tot de anderen).

Wat weerga beduidt dat? Heb je dat gehoord? Wat is dat liier voor een boel in Meersbeek?

V ALK.

Ik heb er zoo iets van verstaan.

Dreij.

Hebben die belastingploerten hier het recht iemand zijn eigendom af te nemen?

Valk.

Zeker hebben ze daar het recht op, mijnheer. En niet alleen hier in Meersbeek, maar in het heele land.

Dreij.

Dieven zijn het.

Valk.

Volstrekt niet. Ik kan 11 dat precies zeggen ; want toevallig is die kwestie laaist in het Handelsblad behandeld. Leest u artikel 254 en 263 van de Algemeene wet op de invoerrechten en accijnsen van 26 Augustus 1822 Staatsblad no. 38 er maar eens op na, daar staat het duidelijk, dat de kommiezen het recht hebben, de goederen, die ingevoerd worden, te benaderen voor 10 percent boven de aangegeven waarde.

Sluiten