Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

berekening-; dit moet echter niet worden begrepen zooals gewoonlijk, maar juist omgekeerd; dat wil zeggen: men moet huwen zonder zinnelijke liefde, doch met berekening — niet hoe en waarmede men za! leven (leven doen toch allen), maar of het waarschijnlijk is, dat onze aanstaande vrouw voor ons menschelijk leven zal helpen en niet hinderen.

De Christelijke leer stelt geene levensvormen vast, maar zij wijst in alle menschelijke verhoudingen slechts op het ideaal, naar de richting.

De menschen van christelijken zin willen echter eene bepaling van den vorm. Voor hen werd het kerkelijk huwelijk uitgedacht, dat intusschen niets christelijks bevat.

In de geslachtelijke verhouding is het als in alle overige verhoudingen: men moet en mag het ideaal niet laten vallen en mismaken. En dit deden de geestelijkheden ten opzichte van het huwelijk.

De mensch, die Gode dient, kan evenmin willen huwen, als zich bedrinken; op den weg der kuischheid zijn vele graden.

Hun, die een antwoord wenschen op de vraag: «huwen of niet huwen», kan men alleen antwoorden:

Wanneer gij het ideaal der kuischheid niet ziet, wanneer gij niet de behoefte gevoelt, u daaraan te wijden, nadert dan de kuischheid, zonder het te weten, langs den niet-kuischen weg van het huwelijk.

Evenals ik, die groot ben, den kerktoren, dien ik voor mij zie en die mij als wegwijzer dient, niet kan wijzen- aan een mensch, die kleiner is dan ik en daardoor dezen toren niet ziet, maar hem op

Sluiten