Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

optie-geld = i pet. verdienen. Wij komen dus tot de volgende conclusies:

a. een call verandert in een put, als men al het fonds daartegen verkoopt.

b. Indien de gever voor den call al het fonds daartegen op den optie-pr ij s verkoopt, dan heeft hij feitelijk hetzelfde optie-geld gegeven, voor den put van dezelfde hoeveelheid fonds, op denzelfden k o e rs.

Ad. 2. A. geeft i pet. call o/ioo Atchison è. 60 en verkoopt 50 Atchison a 60;

B. geeft 2 pet. put and call 0/50 Atchisons è. 60.

Veronderstellen wij nu dat de markt oploopt, en Atchisons 62 noteeren. A's positie staat dan als volgt: hij kan 100 Atchisons „call" op 60, maar hij heeft reeds 50 verkocht è. 60 en moet deze dus tegen dien prijs afleveren.

Op de resteerende 50 kan hij echter 2 pet. verdienen : daarentegen moet hij 1 pet. optie-geld op 100 shares betalen , zoodat zijn netto-winst nihil is. B. kan 50 shares tegen 60 „call", maar moet 2 pet. optie-geld betalen, en daar 2 pet. op 50 shares gelijk is aan 1 pet. op 100 stuks, verdient hij ook niets. Was daarentegen de markt lager gegaan en hadden Atchisons 56 genoteerd . dan zou A. er aldus hebben voorgestaan: de 50 verkochte aandeelen had hij gedekt op 56 en zijn optie zou hij in den steek hebben gelaten: hij had dan 4 pet. op 50 shares

Sluiten