Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan zou ik je platen, je muziek, wel in een hoek willen tra ppen, je artisten de deur uitgooien met hun eeuwig gedweep en gedroom, hun onpractischen kijk op de maatschappij, hun anti-economische inzichten.... En dan vind ik jou altijd te zamen, altijd één met hen, nooit met mij, je man, die je te prozaisch is, wiens handeldrijven je veracht, wiens werken om winst te behalen je banaal vindt!

(Hij houdt moê op. Zij heeft, terwijl hij sprak, 't hoofd gebogen).

Anna (zacht). Ik kan geene belangstelling voelen voor je zaken, voor den handel, voor de economie; ik kan 't niet Johan. 't Staat zóó ver, zóó heel ver van mij af; verachten, — neen dat doe ik 't niet, maar ik heb er 't land aan, 't stuit mij tegen de borst.... 't zijn mijne denkbeelden, mijne levensbeschouwingen niet, dit commercieele, economische leven van de maatschappij; dit marktgesjagger vind ik naar, klein, doodend voor al 't hoogere in den mensch.

Walden (lakoniek). Toch is 't datgene, waar heel de maatschappij ten allen tijde op gesteund heeft, waar heel de samenleving van bestaat; dat de oorsprong is van al 't andere.

Anna. O ja, ik weet, dat die industrie, die ekonomische ontwikkeling, die markt meer de grond, 't fundament van ons leven vormt dan de schoonheid en de kunst.... maar toch (— zacht — als betreurt zij, dat zij 't zeggen moet) toch zal ik nooit geen belangstelling voor eenige zakendoenerij kunnen gevoelen.... ik haat 't.

Walden (bitter). Onze naturen loopen dan wel hemelsbreed uiteen. (Met iets wanhopigs). Maar waarom trouwdet je dan met iemand, wiens sympathie, wiens geheele leven zoo recht tegenovergesteld is aan 't jouwe?

Anna. Waarom? Och kom Johan; hoe wij getrouwd zijn, dat weet jij toch zelf het best.

Sluiten