Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spreken. Over mij. Als gij alles aan mij en van mij preest en schoon vondt. Hoe hebt gij over mijn kleuren gesproken. Herinnert gij u dien eindeloozen dag van zon met op het laatst ons gezicht van het duin over strand en zee. En dat gij toen, naast mij staande, in vervoering deze versre —

(v. Rijswijk heeft bij het begin van haar opgewonden alleenspraak en van hare verwijten zich de woorden van Dr. Keizes omtrent haar gezondheid herinnerd. Zelfs als hare woorden een bekentenis van liefde uitspreken, is hij zich het gevaar van een crisis bewust gebleven. En als hij tot spreken gedrongen wordt, en beschuldigd van lafheid, heeft hij zich alleen door deze bezorgdheid kunnen laten weerhouden. Maar hare herinneringen hebben nu de zijne opgewekt, en daaraan zich overgevend, is hij, in 'n uiterste van smart en ontroering, dat alle andere gedachten overwon, haar in de rede gevallen).

v. Rijswijk (in vervoering).

Opwaarts gaat de zee

En 't violette avondvuur gaat heel den hemel rond.

O groote tempel!

Als priester dien ik u

En reik ik naar de vuren

Die branden aan uw ronden, zilv'ren vloer.

Aan de lijn van 't strand gebleven Is 't meisje,

Van wie de vlagen goud en vuur,

Langs heel den hemel en den horizont gekomen,

De wanden van den tempel hullen ...

Sluiten